Hoefbevangenheid

Wat is hoefbevangenheid?

Hoefbevangenheid is een stofwisselingsstoornis die leidt tot vochtuittreding ter hoogte van de lederhuid van de hoef. Dat vocht zit gevangen tussen het 'leven" en het hoorn van de hoef en kan nergens heen. Dit veroorzaakt een heftige pijn. (U kunt dit vergelijken met een blaar onder uw vingernagel, stelt u zich voor dat u daar op moet lopen!)

Waardoor kan hoefbevangenheid worden veroorzaakt?

1. Hoefbevangenheid kan worden veroorzaakt door een overmaat aan voer. Een overmaat aan koolhydraten (suikers, zetmeel) is vaak de boosdoener. In vers voorjaarsgras zitten veel suikers. (de eiwittheorie is inmiddels verlaten door de wetenschap)

2. Ook plotselinge rantsoenwijzigingen kunnen leiden tot hoefbevangenheid door de verstoring die zij geven op dikke darm niveau.

3. Als derde is het ook mogelijk dat het paard letterlijk blaren loopt door een (relatieve) overbelasting. Bijvoorbeeld op harde ondergrond langdurig draven en galopperen. Ook hiervan kan een paard hoefbevangen worden.

4. Ontstekingen in het lichaam kunnen leiden tot hoefbevangenheid. Denkt u bijvoorbeeld aan een merrie die aan de nageboorte blijft staan.

5. Uit onderzoek komt naar voren dat Insulineresistentie ook een rol speelt bij hoefbevangenheid en te dikke paarden en pony's.

5. Er zijn ook medicijnen die hoefbevangenheid kunnen veroorzaken.

Wanneer loopt uw paard of pony meer risico?

De conditie van uw paard of pony is een van de belangrijkste factoren die de gevoeligheid van een paard voor hoefbevangenheid bepaalt. Met conditie bedoelen wij de hoeveelheid vet die het paard heeft en dus niet het uithoudingsvermogen. Een paard of pony is in goede (optimale) conditie, wanneer u de ribben van het paard niet kunt zien, maar wel makkelijk kunt voelen. Wanneer u hard moet duwen om de ribben te voelen is uw paard te dik.

Welke paardenrassen lopen meer risico?

Trekpaarden, Fjordenpaarden, Haflingers, Shetlanders, koudbloedige paardenrassen lopen meer risico. Over het algemeen zijn het dieren die met weinig voedsel toekunnen (sober zijn) en dus gauw te dik worden. Vooral bij shetlanders is de te vette conditie ook nog te wijten aan een gebrek aan beweging. (Zijn werken nooit en eten bijna continu!)

Waaraan herkent u hoefbevangenheid?

Een paard met hoefbevangenheid wil niet meer van zijn of haar plek. Staat meestal met beide voorbenen voor zich uitgestrekt, zodat het meeste gewicht op de achterhand leunt. Bij stappen loopt het dier alsof het op eieren loopt. Heel voorzichtig en heel pijnlijk. Sommige dieren gaan heel veel liggen. Hoefbevangenheid kan ook milder zijn en zich uiten in kreupelheid of gevoelig lopen.

Hoefbevangenheid is een spoedgeval!

Hoe eerder een paard met hoefbevangenheid op de juiste manier behandeld wordt hoe minder de kans op ernstige complicaties. Een ernstige complicatie is bijvoorbeeld het kantelen of zakken van het hoefbeen. Kanteling van het hoefbeen kan er soms voor zorgen dat het paard niet meer pijnvrij door het leven kan en dat euthanasie de enige rechtvaardige beslissing is.

Therapie

Hoefbevangen paarden mogen niet worden afgestapt, maar moeten onmiddellijk stil gezet worden. Het liefst op zachte ondergrond, zodat het paard uitgenodigd wordt om te gaan liggen. Het voer moet direct geminimaliseerd worden. (Geen krachtvoer, geen vers gras) Alleen stengelig weidehooi! Vervolgens is het belangrijk dat het dier snel pijnstilling krijgt en een middel dat de bloedsomloop in de ondervoeten bevordert. Het koelen van de hoeven is ook prettig voor hoefbevangen paarden. Meerdere keren per dag de hoeven koud afdouchen verbetert de bloedsomloop en vermindert de pijn.

------------------------------

Dikke darm verstopping bij het paard

In het winterseizoen staan veel paarden op stal. De totale beweging van paarden is daardoor stukken minder dan in het weideseizoen. Ook het rantsoen verandert. Van sappig en goed verteerbaar gras wordt overgeschakeld op ander ruwvoer.

Grofweg zien we twee soorten ruwvoer: Kuilgras en weidehooi. Bovendien zijn er paarden die vrij veel stro opnemen van de boxbodem.

Let bij het ruwvoer eens op de hardheid en de stengeligheid. Hoe grover en hoe harder het ruwvoer, hoe moeilijker en hoe trager het verteerd wordt in de dikke darm. In de dikke darm leven allemaal bacteriën en microben die het plantenmateriaal daar verkleinen en afbreken. U zult zich kunnen voorstellen dat die meer moeite hebben met een houterige hooistengel, dan met een sappige groene grasspriet.

Stro en graszaadhooi zijn traag verteerbaar en dit "voer" verblijft dan ook zeer lang in de dikke darm. De passage van voer vertraagt, omdat het langer duurt voordat het is verwerkt. Dagelijks wordt er door de paarden veel ruwvoer opgenomen. Ze staan immers op stal en hebben toch niets anders te doen. Soms leidt dit tot problemen. Dan overstijgt het aanbod van ruwvoer de afvoer in de dikke darm. Er ontstaat een harde dikke prop.

De paarden mesten minder en de mest is droog. In de mestballen is duidelijk onverteerd materiaal te zien. Ook zien we regelmatig een overloop diarree. De darmen zijn dan zo druk met de prop naar achteren te brengen, dat de mest die voorbij de prop zit als diarree wordt afgevoerd. Dit kan u en ons soms op het verkeerde been zetten.

Een andere belangrijke zaak is dat de paarden last hebben van de prop. Vooral wanneer die binnen de bekkenholte ligt. De paarden hebben buikpijn (koliek) en gaan vaak gestrekt staan (persen alsof ze moeten plassen).

De koliek is meestal de aanleiding om de dierenarts te bellen. Deze onderzoekt het paard en voelt het paard meestal ook via de endeldarm in. Meestal zijn de verstoppingen dan duidelijk te voelen. Vaak is er ook weinig geluid van de darmen te horen met de stethoscoop. Het paard krijgt dan pijnstillers en het is zeer vaak nodig de paarden te laxeren met paraffine. Dit wordt via een neussonde in de maag gebracht.

Verstoppingen zijn vaak een gevolg van een combinatie van: zeer ruwstengelig voer (graszaadhooi of stro of zeer ruw ingekuild materiaal), minder beweging en eventueel minder drinken.

Zemelen en lijnzaadolie kunnen toegevoegd worden aan het rantsoen om de darmbewegingen op peil te houden, echter zij versnellen de vertering van zeer ruwstengelig voer niet.

Dus kijkt u nog eens goed naar het ruwvoer, houdt het bewegingspatroon van uw paard in de gaten en controleer regelmatig de hoeveelheid, de droogte en de vertering van de mest.

 

-------------------------------

De castratie  van de hengst

De meeste hengsten worden gecastreerd als ze tussen de 1 en 2 jaar oud zijn. Eerder of later is ook mogelijk. Bij eerder castreren is de ingreep minder belastend, maar blijft het paard vaak wat 'slungelig', bij later castreren ontwikkelt het paard wat meer hengstenkenmerken (meer hals, zwaardere bespiering). Wanneer u uw hengst wilt laten castreren is het voorjaar de beste tijd daarvoor. Het goede weer brengt met zich mee dat het buiten in de weide kan plaatsvinden. Daar is minder stof dan op stal. Stof is uiteraard niet wenselijk in de buurt van een wond. Bovendien is het voorjaar een tijd waarin er nog niet veel vliegen zijn.

De castratie van een hengst wordt door twee dierenartsen van Dierenkliniek Gooiland uitgevoerd. Dit voorziet in een optimale zorg tijdens de operatie. Het paard wordt onder algehele narcose gebracht en wordt dus liggend geopereerd. De methode van opereren heet de halfbedekte methode. Dat betekent dat na het kneuzen van de zaadstrengen het buikvlies weer gesloten wordt met een ligatuur. Dit vermindert het risico op complicaties.

Na de operatie is het belangrijk om de eetlust en de temperatuur in de gaten te houden. Na twee dagen kan eventueel begonnen worden met het koelen van het wondgebied met koud water. De ruin mag in de eerste weken na de operatie veel beweging hebben (weidegang of afstappen). Na de castratie blijft de ruin nog enige weken vruchtbaar. Dan kan het dier dus nog niet bij merries in de wei.

Denkt u voor de castratie aan de vaccinatie van het dier. Bij de castratie wordt een wond gecreëerd en bestaat de kans op een tetanus infectie. Wanneer het paard al gevaccineerd is voor influenza en tetanus is de kans hierop vele malen kleiner.

Voor meer informatie of verdere vragen kunt u contact met ons opnemen.

------------------------

Tandheelkunde bij paarden

Een gezond paarden gebit

Het gebit van een paard bestaat uit 6 snijtanden en 24 kiezen. Deze tanden en kiezen blijven het hele leven doorgroeien en slijten aan de andere kant af.

Doppen

Veulens krijgen eerst een melkgebit, wat geleidelijk wisselt tot een permanent gebit. Op 5 jarige leeftijd is het hele gebit gewisseld. Als het wisselen niet goed verloopt, ontstaan er 'doppen' die aan de buitenkant van de kaak zichtbaar kunnen zijn als een bult. Doppen kunnen er vanzelf afvallen bij het kauwen, of verwijderd worden door de dierenarts.

Haken en scherpe kanten

Problemen met het gebit van je paard kun je merken door problemen met kauwen, zoals het maken van proppen. Ook problemen met rijden zoals schudden met het hoofd of het hoofd kantelen. Deze verschijnselen worden vaak veroorzaakt door scherpe randen en haken op de kiezen. De scherpe kanten ontstaan aan de onderkaak aan de tongzijde en aan de bovenkaak aan de wangzijde als gevolg van het verkeerd of onregelmatig afslijten van de kiezen. Hierdoor kunnen wondjes in het wangslijmvlies of op de tong ontstaan.

Haken ontstaan vaak op de achterste kiezen van de onderkaak en op de voorste kiezen van de bovenkaak en hebben geen contact meer met de tegenoverliggende kaak waardoor kauwen bemoeilijkt wordt.

Haken en scherpe randen zijn veel voorkomende problemen en kunnen door de dierenarts worden afgevijld. In de meeste gevallen wordt een elektrische vijl gebruikt om dit probleem zo goed mogelijk te kunnen verhelpen.

Diastasen

Een diastase is een ruimte tussen de kiezen waar voer zich kan ophopen en voor een ontsteking van het tandvlees kan zorgen. Diastasen kunnen worden verruimd zodat voer zich minder snel ophoopt. Het voeren van hooi is bij een paard met diastasen beter dan kuil, omdat kuil zachter is en makkelijker als een propje in de diastase blijft zitten.

Wolfskiesjes

Sommige paarden hebben wolfskiesjes, dit zijn kleine kiesjes voor de eerste echte kies in de bovenkaak die geen functie hebben. Paarden kunnen hier echter wel last van hebben als het bit er tegenaan drukt. Wolfskiesjes kunnen onder sedatie en met locale verdoving relatief eenvoudig worden verwijderd.

Kauwen is belangrijk

Hoe zit dat dan met paarden in het wild? Die worden toch ook niet behandeld door een tandarts? In het wild besteedt het paard het grootste deel van zijn tijd aan het kauwen van stengelig gras waardoor het natuurlijke slijtage proces zorgt voor een goed gebit.

Wij geven onze paarden veel minder ruwvoer dan ze in het wild zouden eten, en op biks hoeft een paard maar kort te kauwen voordat het wordt doorgeslikt...

Daarom hoort regelmatige gebitsinspectie door de dierenarts bij de (preventieve) gezondheidszorg van onze paarden. De meeste paarden laten inspectie met een mondsperder goed toe zodat ook de achterste kiezen nauwkeurig kunnen worden onderzocht en eventuele beschadigingen in de mond kunnen worden gezien. De dierenarts kan je dan optimaal adviseren over de gebitsverzorging van je paard.

---------------------------------

Schimmelinfectie bij het paard.

Schimmelinfectie, ook wel 'Dermatofytose' of in de volksmond 'ringworm', is een veel voorkomend huidprobleem bij het paard. Het wordt het vaakst gezien bij dieren met een verminderde weerstand, zoals oude, jonge of zieke dieren. Schimmel kan zich uiten in een ronde, kale plek (vandaar de naam 'ringworm') maar kan zich ook presenteren als bultjes met losse haren, of schilfers. Het paard heeft vaak geen of weinig last van jeuk.

Schimmels zijn erg besmettelijk voor andere paarden maar ook voor mensen. De besmetting geschiedt door direct contact of via borstels, dekens, zadels, etc. Ieder paard zijn eigen borstels en dekens laten gebruiken helpt om besmetting te voorkomen.

De behandeling van schimmel bestaat uit herhaalde wassingen met een schimmeldodende shampoo (Imaverol®). Borstels kunnen ook geweekt worden in dit middel om te voorkomen dat het paard opnieuw wordt besmet. Dekens moeten heet worden gewassen.

Er kan tegen schimmel ook gevaccineerd worden. Deze vaccinatie kan worden ingezet om infectie te voorkomen, maar ook om een al bestaande infectie te verhelpen. De vaccinatie moet herhaald worden na twee weken en biedt dan 9 maanden bescherming.

------------------------------

Slokdarmverstopping bij het paard

Als het doorgeslikte voedsel blijft hangen in de slokdarm, in plaats van door te glijden naar de maag, spreken we van slokdarmverstopping. Paarden schrikken hier meestal van en vertonen krampachtige samentrekkingen van de halsspieren, gaan speekselen, zweten en zijn onrustig.

Soms kunnen de symptomen lijken op die van koliek.

Het kan lijken alsof het dier stikt, dit is echter niet het geval. De spijsbrok zit namelijk vast in de slokdarm, en niet in de luchtpijp. De meeste verstoppingen ontstaan door brok of onvoldoende geweekt pulp. Slecht kauwen a.g.v. een slecht (onderhouden) gebit kan ook leiden tot verstopping. Om deze reden zien we slokdarmverstoppingen nogal eens bij oudere pony's.

Veel verstoppingen zijn al vanzelf opgelost voordat de dierenarts arriveert. Als de verstopping blijft zal de dierenarts het paard een middel geven dat de spieren van de slokdarm ontspant, soms kan de verstopping dan alsnog vanzelf doorglijden. Als dit niet het geval is wordt het paard gesedeerd voor verdere ontspanning van de slokdarm en het laten hangen van het hoofd. Nu wordt door middel van een sonde en veel water geprobeerd de verstopping te verweken. Afhankelijk van de grootte en aard van de verstopping kan dit gemakkelijk gaan of soms wel langer dan een uur duren.

Nadat de verstopping is verholpen mag het dier de eerste dag niet eten en wel drinken. Men moet alert zijn op hoesten en koorts, omdat een van de complicaties een gevaarlijke longontsteking kan zijn door verslikken. Soms wordt hiervoor direct een preventieve behandeling ingesteld.

Plaats een reactie

Uw naam:

Uw emailadres:

Uw reactie:

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.